kroon

Ik kan weer lachen

De praktijk van tandarts Wermenbol was er een zoals vele. Een praktijk aan huis. Als je binnenkwam, moest je via de trap naar de eerste verdieping. Je kon ruiken dat ze ‘s avonds gebakken aardappels met boontjes en een schnitzel aten. Boven was een slaapkamer omgebouwd tot praktijkruimte. Een kleiner kamertje diende als wachtruimte. In het midden stond een salontafel met daarop een mandje overrijpe tijdschriften. In een kringetje rond de tafel, met hun rug tegen de muur, stonden stoelen die ogenschijnlijk weinig gemeen hadden: twee totaal verschillende fauteuils, elk onderdeel van een voormalig bankstel, een aantal keukenstoeltjes en een enkel houten bureaustoeltje. De kruiswoordpuzzels in de tijdschriften waren volledig ingevuld. Met een pen. Eveneens met pen waren enkele tanden van een lachende jongen aan de muur, met een appel in zijn hand, zwart gemaakt.