Diesel

Zo beste mensen, het is weer even geleden dat uw huiscolumnist van zich liet horen. Wees gerust: dat ligt niet aan u. Mijn vorige column dateert van enkele maanden geleden. In die tijd heb ik een masterstudie opgepakt. Die dikke studie kwam dus mooi even bovenop een drukke baan, gezinsleven en mijn onbetaalde functies als voetbaltrainer, heavy-metalfanaat en bierliefhebber. Kortom: het is nogal druk geweest de afgelopen maanden. Maar maakt u zich geen zorgen: het gaat goed met ons.

We gaan het hebben over iets moois vandaag. Mijn terugkomst in de wereld van de schrijverij moet immers gevierd worden en we zullen niet meteen met gestrekt been ingaan tegen de diversiteitsdrammers, huidskleurtellers en sjw’s. Twee jaar geleden schreef ik een column ‘Vriendschap is te koop’. Dat stukje tekst ging over onze hond en mijn maatje Diesel, die net bij ons was komen wonen. Nu zijn we twee jaar verder en we zijn nog steeds onafscheidelijk. Driemaal per dag maken we een flinke wandeling en hebben we samen de grootste lol. Daarnaast heb ik dankzij mijn fitbit geleerd hoe gezond die drie wandelingetjes zijn.

Er zijn in die twee jaren een aantal momenten geweest die bijzondere aandacht verdienen. Het eerste najaar met Diesel was er een van griep. Onze beide zoontjes hadden het beurtelings flink te pakken. Hartverwarmend was het om te zien dat de doorgaans zo drukke Diesel, zijn neutrale emotie is ‘totaal door het dolle heen’, heel rustig bleef en zich op de bank bij ons zieke zoontje voegde. Af en toe keek hij het zieke mannetje aan, met zijn mooie puppy ogen, alsof hij wilde zeggen: ‘Ik snap het, ik ben er voor je’. Met het verdwijnen van de griep loste ook de rust in huis op en hadden we in no-time weer de krioelende druktemaker terug in huis.

‘Ik snap het, ik ben er voor je’

Een ander moment was de WK finale van 2018 in Frankrijk. Wij waren die dag in Frankrijk. We hadden ons net gesetteld op de camping toen bij het eerste doelpunt een Franse debiel niet kon stoppen met het blazen op een toeter. Diesel moet helemaal gek geworden zijn van het geluid. Zonder dat wij het in de gaten hadden, had hij zich losgerukt uit zijn tuigje en was hij er vandoor gegaan. Hoe dat kan, begrijp ik nog steeds niet. Maar toen we ontdekten dat Diesel kwijt was gingen alle alarmbellen af. Op een stepje van de kinderen reed ik over de camping, op zoek naar Diesel. Ik heb een speciaal roepje, en dat klink ongeveer zo: ‘hoe hoe‘. Dat is fijn want daaraan kan Diesel me herkennen.

‘hoe-hoe’ roepend op dat kutstepje

Andere kampeerders vonden het nogal grappig, zo’n volwassen man op een stepje die raar riep. Ze begonnen mij na te doen. Ik heb letterlijk zes keer de hele camping gehad, ‘hoe-hoe’ roepend op dat kutstepje en ik kwam geen steek verder. Mijn vrouw evenmin. Ik heb toen dat stepje aan de kant geflikkerd en ben vanaf onze caravan gaan lopen, precies in de richting die ik me vanuit Diesels perspectief voorstelde. Aan de camping grensde de tuin die bij het huis van de eigenaar hoorde. Hoewel je daar met enig ongemak kon komen, werd je als kampeerder daar niet geacht te zijn. Maar ik had daar schijt aan, ik volgde mijn spoor naar Diesel. Ik ben door hun tuin heengelopen langs hun huis en liep uiteindelijk over hun oprijlaan weer naar de weg. Toen ik bijna bij de weg was moest ik constateren dat Diesel ook daar niet was en dat ik mezelf iets had wijsgemaakt over waar ik hem wel eens zou kunnen vinden. Ik zag mezelf al in steenkolenfrans briefjes ophangen met daarop een foto van Diesel en afscheurstrookjes met mijn telefoonnummer in de plaatselijke supermarkt. Ik wist zeker dat ik de komende twee weken geen dikke vakantie zou hebben, maar een eindeloze zoektocht naar een verdwenen hondje zou gaan ondernemen, om uiteindelijk hondloos weer huiswaarts te keren. Tot ik plotseling van achter werd ingehaald door Diesel. Hij was net zo blij om mij te zien als ik hem. Ik heb hem beetgepakt en mijn vrouw gebeld. ‘Ik heb hem,’ kreeg ik nog net uit mijn strot, voordat de tranen over mijn wangen rolden. Diesel likte mijn gezicht af.

Het derde en laatste bijzondere moment betrof onze vakantie naar Gran Canaria. Midden in de winter gingen wij een week naar de zon en Diesel ging een weekje terug naar de fokker waar hij ter wereld was gekomen. Tuurlijk, daar had hij een goed leven en kon lekker chillen met zijn moeder, tante en nichtjes, maar er is geen plek op de wereld zo fijn als thuis. Toen we hem na een week weer kwamen ophalen en hij ons weer zag blafte hij op ongekende wijze. Ik dacht dat ik al zijn blafjes al wel kende. Honger, piesdrang, poepen, spelen, knuffelen, andere hond, de glazenwasser, alle situaties in het leven worden voorzien van een speciaal blafje maar bij het weerzien van ons leerde ik een nieuw blafje kennen. Ik weet zeker dat hij moest huilen. Tranen van geluk.