Column

Column

Wildplassende wijven

De week is nog maar twee werkdagen oud of het gaat al nergens meer over. Een demissionair kabinet tovert een ceremoniële troonrede uit de koker en de koning mag ‘m met een serieus gezicht voorlezen. Ik stel voor dat iedereen die deze poppenkast beu is, uit protest een gek hoedje opzet. Over protest gesproken: er was een dame in het nieuws die vertikte om een boete voor wildplassen te betalen. 

Hup Oranjeleeuwinnen!

Vrouwenvoetbal. Zo moet je dat noemen. Ik maakte ooit de fout om het over damesvoetbal te hebben. Meteen werd ik door een paar feministische voetbalhooligans bij de strot gegrepen. Ik kreeg ik een mes op de keel en er werd mij verteld dat ze precies wisten waar ik woonde en dat ze nog weleens op de koffie zouden komen als ik ooit nog eens het woord damesvoetbal in de mond zou durven nemen. Sindsdien is vrouwenvoetbal een soort blinde darm geweest voor mij. Het was er, het zat nooit in de weg, maar wat je eraan hebt werd me nooit helemaal duidelijk. 

Column

Vriendschap is te koop

Ja, u leest het goed. Deze titel dekt de lading volledig: Vriendschap is te koop. Ik kan het weten, want ik heb pasgeleden een vriend gekocht. Hij kostte een vermogentje waarvan je heerlijk op vakantie zou kunnen. En hij schijt op de vloer in de woonkamer, maar dat geeft helemaal niets. Mijn vriend en ik hebben elkaar gevonden. Wij zullen onvoorwaardelijk de beste maten zijn totdat de dood ons scheidt.

Column

‘Keeping it real’

Als je rapper bent, betekent dat niet automatisch dat je teksten gaan over drive-by shootings in je ghetto, het dealen van drugs en het economisch exploiteren van vrouwen van lichte zeden. Dat is alleen zinvol en geloofwaardig als je echt uit die contreien afkomstig bent. Ben je dat niet, dan rap je beter over het meenemen van een chicky achterop je fiets. Of over iets anders wat jij inderdaad echt meegemaakt zou kunnen hebben. 

Column

Gewoon vier keer winnen!

Laatst zag ik op tv iets over een mijnwerker. Die kerel werkte in een mijn. Dat doen mijnwerkers. Hij werkte iedere nacht. Overdag sliep hij.  Zo verliep zijn leven en hij deed het tot aan zijn oude dag. Als hij ‘s ochtends van de mijn naar huis fietste, kwam hij soms zijn zoon tegen, die op weg naar school was. Dat was eigenlijk het beste moment van de dag. Want hij hield veel van zijn zoon, maar vanwege zijn werk zag-ie hem niet vaak.