Amateurvoetbal

De vliegende keeper schreef een prachtcolumn over amateurvoetbal en inspireerde mij daarmee om hetzelfde te doen. Amateurvoetbal is prachtig, hier volgt mijn perspectief.

De zomer zit erop, met een beetje geluk genieten we van een warm en zonnig najaar. Maar zo vrij als we in de zomervakantie waren, zijn we al niet meer. Sinds enkele weken domineert de voetbalagenda ons gezinsleven als vanouds. 

Onze twee zonen, zes en tien jaar, spelen allebei voetbal waarbij ik het team van de jongste train. Ook supporteren we de plaatselijke BVO en dat resulteert in een drukke agenda: drie avonden in de week wordt er getraind. Iedere zaterdag spelen we twee wedstrijden en ieder weekend bezoeken we ook nog eens het stadion als ‘onze club’ thuis speelt. Als het seizoen is afgelopen moet je pas echt aan de bak, dan volgen de toernooitjes. Dan sta je in plaats van een wedstrijd, al gauw een halve dag langs de lijn.

Dit is geen klaagzang overigens. Ik doe dit met alle liefde die ik in me heb. Een uitslaper ben in sinds mensheugenis niet meer. Onze jongens zijn gek van voetbal en het kost mij geen enkele moeite om ze daarbij te helpen zoveel ik kan.

Een paar meter verderop staat een groepje moeders te kijken, naar mij, alsof ik dan degene bent die weet hoe het allemaal moet.

Hoewel dat ik zelf niet uit een voetbalnest kom zijn wij dat nu wel. Ik heb nooit in clubverband gevoetbald, dus als trainer moet je dan best een afstand overbruggen. Dat was best onwennig in het begin. Sta ik daar op het veld, hoor ik mijzelf allemaal dingen roepen en aanwijzingen geven. Een paar meter verderop staat dan een groepje moeders te kijken, naar mij, alsof ik dan degene ben die weet hoe het allemaal moet. Maar het gaat steeds beter. Ik heb inmiddels veel contact met collega-trainers, dat helpt enorm. Ik leer veel. Bijvoorbeeld de tegenstander inschatten en naar onszelf kijken. Waar liggen onze sterke punten, onze ontwikkelpunten en hoe kunnen we daar het best mee aan de slag. Steevast stem ik mijn trainingen af op het principe dat de spelertjes die nog een ontwikkeling te gaan hebben, zich kunnen optrekken aan de meisjes en jongens die al wat verder zijn.

Voetbal is uitstekend voor de ontwikkeling van kinderen. Niet alleen vanwege het gedoodverfde teamsport-cliché. Ze leren ook omgaan met teleurstellingen. Een keer buiten het selectieteam vallen hoort er nu ook eenmaal bij. Terwijl ik deze column schrijf, ligt één van de twee in zijn bed te piekeren of hij in het nieuwe team zijn basisplaats als spits wel zal behouden. De ander was een poosje bang voor de bal, omdat hij die tweemaal keihard op zijn neus had gekregen.

Ik neem het allemaal voor lief, het interesseert me gewoon geen reet.

Als trainer maak je ook het nodige mee. Ouders die zelf geen reet doen, maar wel aan je deur staan om te klagen dat je ze tijdens de wedstrijd chips hebt beloofd als ze zouden scoren. Mensen die steevast te laat komen, alle uitleg missen en dan durven te vragen ‘wat nu eigenlijk helemaal de bedoeling is’. Ik neem het allemaal voor lief, het interesseert me gewoon geen reet. Zo lang ik coach ben wordt mijn team gecoacht volgens mijn regels. Mijn regels zijn niet zo moeilijk. Bij mij is ieder teamlid gelijk. Ook de meisjes en jongens die iets minder getalenteerd zijn.  Iedereen is altijd welkom. Iedereen krijgt evenveel kans om te trainen en te laten zien wat-ie waard is bij een wedstrijd. Natuurlijk is verliezen niet leuk, maar ik verlies liever met een team vrolijke kinderen dan dat ik zou winnen met een team voor mij bevreesde afgematte koppies. Dat is mijn boodschap: plezier in het voetbal staat voorop. Of we nu trainen of een wedstrijd spelen, ik wil graag dat ze met een lach komen, en met een nog grotere lach weer naar huis toe gaan. Ik hoop door mijn spelertjes te worden herinnerd als de leukste trainer die ze ooit hadden.

Oh, en vandaag heeft mijn team de eerste overwinning van het seizoen geboekt. We versloegen de tegenstander met acht – vijf. Ik ben supertrots, woensdag trainen we weer en dan trakteer ik op chips.