Voetbalvaders

Voetbalvaders. Ze worden nogal eens verkeerd begrepen. Ik kan het weten: ik ben er een. Tweemaal in de week ben ik op of naast het veld te vinden om de voetbalcarrière van de oudste te supporteren. Binnenkort wordt de frequentie opgeschaald naar vier, aangezien nummer twee ook op voetbal gaat. Dat is allemaal prima, ik doe het met plezier en toewijding.

Voetbalvaders worden in de media afgeschilderd als ordinaire onbehouwen hufters die er niet voor terugdeinzen om met het nodige geweld hun verbale beperkingen te compenseren. Toegegeven, een enkeling geniet dat aanzien volledig terecht. Maar de overgrote meerderheid van de voetbalvaders wordt over een kam geschoren met de incidentele malloot. Maar die malloot ben ik al wel eens tegengekomen.

Het team van mijn oudste zoon speelde de laatste wedstrijd van het seizoen. Er stond niks meer op het spel want ze waren al kampioen. Wat een vader van de tegenpartij bezielde was me niet duidelijk, maar hij had besloten om zijn team vanachter hun goal te gaan aanmoedigen. Het deed dat met dusdanig fanatisme en luide stem dat de jongens van mijn team zich nogal geïntimideerd voelden. Iedere aanval van ons team werd teniet gedaan zodra we in de buurt van de goal van de tegenstander kwamen en meneer zijn bek opentrok.

We stonden dan ook met 1-3 achter. Mijn inschatting was dat ik met een vriendelijk gesprek dit heerschap niet op andere gedachten zou brengen. Dus ik deed wat anders. Ik nam positie in, ook achter de goal van de tegenstander, naast deze schreeuwlelijk. Iedere keer als hij begon te roepen tegen zijn verdedigers, deed ik hetzelfde. Ik moedigde mijn aanvallers aan. Loeihard bulderde ik instructies het veld op. Wie zich vrij moest lopen, wie mee naar voren moest, naar wie een pass gegeven moest worden.

Zo heb ik er vlak voor tijd twee doelpunten ingeluld. Niet dat het ergens toe deed, maar we verlieten het veld met opgeheven hoofd.