Winterweerregeling

Als carnaval achter de rug is dan is de lente het volgende hoogtepunt om naar uit te kijken. Maar vandaag waren er geen signalen die op lente wijzen. Geen krokussen die uit de grond schieten, geen jonge vogeltjes die prachtig fluiten en al helemaal geen mooie zonsopgang tegen een strakblauwe hemel. Het was vanochtend een beetje zuur om door de ijzige kou te moeten fietsen. Het was nog grijs en bewolkt ook.

Een echte blue Thursday, zeg maar. Een blue Thursday is een grijze donderdag waarop je niet vrolijk uit je bed komt en die ook niet veel beter zal worden. Ik moet Bert Meerstadt, directeur van de NS, bedanken. Hij heeft mijn blue Thursday omgetoverd in een Funny Thursday. Ik heb op kantoor op de grond liggen rollen van het lachen. Ik heb liggen schuddebuiken. Ik heb zo hard gelachen dat ik bijna ben gestikt.

Bert Meerstadt durft met droge ogen te beweren dat ‘het Buitenland’ jaloers is op de winterweerregeling van de NS. Arme Bert klaagt over misgelopen inkomsten van ongeveer een miljoen euro per dag plus een heleboel gratis uitgedeelde kopjes koffie bij een winterweerregeling.

Nou ben ik Bert niet onlangs tegengekomen op het station terwijl hij gratis koffie stond uit te delen en heb ik tijdens de winterweerregeling gewoon 2,25 euro neergeteld voor een cappuccino. Die cappuccino was erg lekker. Dat wel, maar nogal duur voor iemand die door de NS in de winterkou is laten staan. De cappuccino was zo op. Maar de trein liet nog lang op zich wachten. Dus langzaam raakten mijn voeten en oren net zo bevroren als de wissel die het treinverkeer had stilgelegd. Ik herinner me dat er ook wissels te koop zijn die wel bestand zijn tegen vrieskou en winterweer. Als daarin was geïnvesteerd, dan was de hele winterweerregeling wellicht niet nodig geweest.

Eenmaal in de trein werd het niet veel beter. Vermoedelijk was de NS zich bewust van onze onderkoeling. Speciaal voor ons hadden ze een extra kleine trein geregeld waarin we met zijn allen bovenop elkaar stonden om je zo weer lekker aan je medereizigers op te warmen. Het was nogal een lange rit, en we stonden ook nog eens stil midden in een weiland. Waarom werd ons niet verteld. Ik denk dat de machinist ons het mooie witte landschap niet wilde onthouden. Op het eind van de rit ging ik bijna knock-out van de derdehands lucht die ik moest inademen. Gelukkig was er geen plek om te vallen.

Uiteindelijk kwam ik op de plaats van bestemming. Te laat, onderkoeld en misselijk. En ik moest later die dag nog terug naar huis ook.

Ik denk dat Bert ons vergelijkt met het buitenland ‘Botswana’. Ik weet niks van Botswana maar ik ben er vrij zeker van dat de winters daar zacht zijn. Hij vergelijkt ons in ieder geval niet met Rusland, daar rijden de treinen nog op tijd als er een meter sneeuw ligt.

 

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.