Voetbal is van ons!

En zo is het maar net. Wij zijn de supporters, we komen door weer en wind naar het stadion om onze helden aan te moedigen en indien nodig een figuurlijke schop onder de kont te geven. Dat doen we op onze manier, onder het genot van een pilske op de tribune. Zo verwachten we altijd honderd procent inzet en strijd. Als we desondanks een keer verliezen deert dat niet. Ieder doelpunt dat we maken wordt gevierd. Daar hebben we geen blije deuntjes voor nodig want dat weten we zelf maar al te goed. Laat staan een pluche mascotte in de kleuren van de plaatselijke sponsor. We weten zelf wel wanneer we moeten juichen en wanneer niet.

De laatste jaren maken veel supporters zich zorgen over het voetbal. Terecht. De angst dat ‘het grote geld’ het voor het zeggen krijgt in voetballand. Geldwolven in nette pakken die veraf staan van mijn zo gekoesterde voetbalavondje. Enge clubjes die ons ‘consumenten’ wekelijks een ‘voetbalervaring’ door de strot willen duwen. En dan heb je overal nog de ‘driehoek’ die geheel naar eigen willekeur steeds idiotere regels verzint om al die levensgevaarlijke supporters van het voetbal weg te jagen.

Op zich geen nieuws, dit speelt al jaren. De voorbeelden zijn dan ook legio. Reclames op een groot scherm naast het veld, die je aandacht vragen met een irritant geluidje tijdens de wedstrijd. Er zijn stadions in ons land die al jaren geen echt bier meer schenken, alleen uilenzeik die je nog niet zou durven gebruiken om je schoonmoeder het huis uit te jagen. Stadionspeakers die te pas en te onpas reppen over onweerstaanbare aanbiedingen die weet-ik-veel-waar te verkrijgen zijn. Wedstrijdballen die gesponsord worden door een pizzaboer. Het lijkt wel een aanbiedingenbeurs, een sponsorenfeestje dat helaas moet worden onderbroken voor een irritant potje voetbal.

Mijn clubke verkeert financieel in zwaar weer. Dat komt door jarenlang wanbeleid van diverse directeuren. Onze huidige directeur wacht dan ook een schier onmogelijke taak: onze club financieel weer op de rails krijgen. Uiteraard zal de beste man concessies moeten doen door de belangen van zowel supporters als sponsoren te behartigen. Tot mijn grote verbazing vernam ik onlangs een uitstekend plan. De tussenstanden zouden tijdens de wedstrijd niet meer worden aangekondigd met de gebruikelijke ‘ding-dong’ maar met ‘aja jippie jippie jeeeeh,’ hetgeen u uiteraard meteen doet denken aan de welbekende bouwmarkt.

Dit voornemen leidde tot een hoop consternatie, gevoed door de angst van de welbekende discussie over het grote geld dat ‘ons potje voetbal’ overneemt. Wéér een stapje verder! Maar laten we wel wezen; er moet nu eenmaal geld worden binnengeharkt. Zeker bij ons, want we hebben geen cent te makken. Aan het wagenpark te zien zou je het niet zeggen maar geloof me, we zijn straatarm. Eigenlijk vind ik het enorm creatief bedacht. Het Hornbachdeuntje is best grappig en geniet zelfs mijn voorkeur, ook als ik het niet met de oranje bouwkeet zou associëren. Kijk, als nou de stadionspeaker luidkeels de aanbiedingen uit het Hornbachkrantje met me zou doornemen enkel om de tussenstanden aan te kondigen, nee. Dat zou beslist onacceptabel zijn. Maar in dit geval vind ik dat onze directeur de perfecte balans heeft weten te vinden. Petje af en hulde voor deze man. U verdient een dikke pluim in uw reet.

Ik snap de discussie best. Helaas wordt deze balans maar al te vaak niet gevonden. Ik daag alle bobo’s en geldwolven uit om hier een voorbeeld aan te nemen. We kunnen meer van dit soort creatieve oplossingen gebruiken. Laten we wel wezen, zoals het vroeger was, wordt het nooit meer. We zullen de huidige omstandigheden het hoofd moeten bieden. Tegelijkertijd mogen we de echtheid van het voetbal nooit opgeven. Dat zullen we ook nooit toestaan. Voetbal is van ons!

 

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.