Visgids Gijs

Mijn zonen hebben normaal gesproken een  uiterst verfijnde smaak. Ze houden héél toevallig, net als hun vader, van voetbal en heavy metal. Puur toeval inderdaad, want ik heb het ze nooit opgedrongen. Dat werkt averechts. Gers Pardoel, K3 of andere meuk slaan ze helemaal over. Zodra we in de auto zitten, beginnen ze te smeken of ik Iron Maiden wil opzetten. Met een diepe zucht en geveinsde tegenzin doe ik dat. Van binnen straal ik van geluk, als ik ze via de achteruitkijkspiegel zie headbangen. Zo kwamen wij dus pasgeleden headbangend de straat inrijden en daar stond plotseling Visgids Gijs bij ons op de stoep.

Zo héél af en toe komt Visgids Gijs bij ons langs. Prima, want het is een uitstekende vent en je kunt er erg mee lachen. Het nadeel aan die gozer is echter dat hij altijd maar loopt te zeveren over die ene fucking hobby van ‘m: vissen. ‘Hoi Gijs, alles goed? Had je nou trouwplannen?’ ‘Raas! Alles goed maat! Laatst een enorme snoek aan de haak geslagen terwijl ik op koikarpers aan het vissen was. Ongelooflijk vind je niet? Hier, heb ik een foto.’ Ik kreeg een mobiel onder mijn neus gedrukt met daarop de afbeelding van een op het droge getrokken snoek. Hij lag naar lucht te happen.

‘Fuck! Je woont aan het water!’ brulde Gijs ineens. ‘Waar is je vishengel?’ Hij vroeg zich niet eens af óf ik er wel een had. Natuurlijk heb ik minstens vier vishengels. Ik heb immers twee zonen. En wie een zoon heeft, die heeft ook ooms en opa’s van die zonen, die het dan ineens een topidee vinden om samen met jouw zonen eens lekker te gaan vissen. Bij wijze van stille hint krijgen je kinderen dan een vishengel voor hun verjaardag. Bah! Ik had die troep op zolder opgeborgen in de hoop dat het onder een dikke laag stof in de vergetelheid zou raken. Prima gelukt, totdat Visgids Gijs langskwam.

Er was geen ontkomen meer aan. Zeker niet nadat Gijs de jongens had opgestookt met het idee dat we dadelijk ´lekker gaan vissen´.  Die stakkers stonden te stuiteren alsof er iets leuks ging gebeuren. Ik kreeg natuurlijk allerlei kutklusjes opgedragen. Zoals het verkruimelen van drie beschuiten in een bakje en daar met een beetje water een bolletje van draaien, een lege emmer vullen met slootwater en brood uit de keuken halen. Intussen haalde Gijs de hengels uit hun verpakking. De vaktermen vlogen me rond de oren: peilloodje, kikkertje, haspeltje en in no time hing de eerste hengel al boven het water. ‘Met een pluimpje brood aan de haak hè, geen bolletje. Je moet die vissen een beetje teasen. Hard to get spelen.’ We staarden naar de dobber en hoopten dat die zou bewegen, door één van de vele vissen die hopelijk op het bolletje beschuit waren afgekomen. Mijn oudste zoon mocht samen met Gijs de hengel vasthouden en vond het superspannend. We staarden.. en staarden..

Beet! De dobber verdween onder water en met een korte ruk ‘sloeg Gijs aan’. Met succes. In minder dan een minuut haalde Gijs de eerste vis boven water. Het diertje spartelde alle kanten op en het duurde even voordat Gijs ‘m vasthield om de haak uit zijn bek te halen. De jongens stonden te springen van opwinding. ‘Leuk he, Raas? Beter dan een potje voetbal jongen!’ lachte Gijs me uit. Terwijl Gijs de vis vasthield leek het net of dat beest mij heel boos aankeek. Sorry jongen, ik kan er ook niks aan doen. ‘Dierenbeul,’ stamelde ik. Het beulen ging nog even door en uiteindelijk had Gijs in een half uur vijf vissen uit het water getrokken.

Een dag later vroeg ik aan mijn jongens of ze zin hadden in een potje voetbal. ‘Nee! Vissen!’ riepen ze. Met ongeveinsde tegenzin zat ik aan de waterkant te wachten tot de dobber ging bewegen. Met de vistips van Visgids Gijs moest het toch niet onmogelijk zijn om één visje uit het water te hengelen? En nee hoor, het duurde wel iets langer maar na ruim een kwartier had ik beet. Kut, nou moest ik dat vieze slijmerige beest vasthouden en een haak uit zijn bek trekken. Smerige hobby. ‘Wil jij het doen?’ vroeg ik aan mijn oudste zoon. ‘Nee!’ schreeuwde hij uit. ‘Dat is vies!’ Dus toen heb ik dat glibberige slijmbeest maar vastgepakt. Net als de dag ervoor keek hij me weer boos aan. ‘Sorry jongen, ik snap het wel. Over een half uurtje mag je lekker terug naar je vriendjes.’ ‘Dit kunstje flikte jij me gisteren ook al.’ ‘Nee, gisteren was het Visgids Gijs. En het is dankzij hem dat ik jou vandaag weer uit het water trek. Als het aan mij had gelegen waren we vanmiddag lekker een potje gaan voetballen.’ Plotseling stond mijn meisje achter me. ‘Zit je nou tegen een vis te praten? Die verstaat je niet hoor.’ Mijn hoofd werd rood. ‘Jawel hoor, ik vroeg hem net hoeveel twee min twee is, en weet je wat-ie zei? Niks.’

Ik was klaar met die ongein. Hup, vis terug in de sloot. Ik richtte me tot mijn oudste: ‘De volgende vis moet jij van de haak halen, dat hoort bij vissen.’ Hij keek beteuterd en antwoordde: ‘Ik heb geen zin meer, zullen we een potje voetballen?’

 

Readers Comments (1)

  1. Nice!

Leave a comment

Your email address will not be published.