Vaarwel, Boudewijn de Groot

Vaarwel, misschien tot ziens. Zo luidt de titel van het afscheidstournee van Boudewijn de Groot. Houdt hij er dan mee op? Boudewijn hangt zijn gitaar nog niet in de wilgen, maar op een incidenteel optredentje na, zal hij niet meer op het podium te zien zijn. Hij zal zeker geen grote theatertours meer doen. Reden genoeg voor de grote liefhebbers om hem voor misschien wel de laatste maal in levenden lijve aan het werk te zien. En horen.

Behoor ik ook tot de grote liefhebbers? Zeker. Vroeger was Boudewijn de Groot ‘iets van je ouders’. Als kind hoorde ik regelmatig zijn liedjes in onze woonkamer. Ook als jongeman, diep verzonken in een subculturele scene van keiharde metal, genoot ik soms op een regenachtige zondagmiddag van een muzikaal uitstapje naar Boudewijn. Ik behoor misschien niet tot de harde kern die zijn gehele repertoire door en door kent, en naarstig op zoek is naar collectors items en dergelijke. Maar zijn vrolijke, bizarre en soms ontroerende liedjes hebben me altijd weten te boeien.

Het grappige is dat Boudewijn altijd weer vanzelf op mijn pad komt. Ik hoef daar helemaal niks voor te doen. Voor het eerst bij mijn ouders thuis. Toen mijn meisje en ik gingen samenwonen, hebben we onze muziekcollecties samengevoegd in drie Benno kastjes van de IKEA. Eerst op alfabetische volgorde, later gesorteerd op muzieksoort. Als vanzelfsprekend was daar gewoon ineens weer Boudewijn. Weer had ik er niks voor hoeven doen. Te pas en te onpas verfraait Boudewijn de sfeer in mijn leven.

Zo ging het ook met zijn afscheidstour. Ik stond in de tuin, het was één van de eerste mooie dagen van een lente die bijzonder laat op gang kwam. Vogeltjes zongen prachtig, er zat bloesem in de bomen en ik genoot van de zon die ik op mijn huid liet branden. Ineens was daar een prachtige vlinder, met vleugels van papier. Het begon als een klein stipje aan de hemel. Hij kwam steeds dichterbij en landde met een sierlijke zwaai op mijn schouder. Wat zag ik? Zijn vleugels waren twee entreekaartjes voor Boudewijns afscheidstour. En net als zo vaak wanneer ik door onze verzameling cd’tjes bladerde, op zoek naar iets om de zinnen te verzetten en ik op Boudewijn stuitte, dacht ik deze keer weer hetzelfde: ‘Ach, why the hell ook not.’

Zo wilde het lot dat mijn meisje en ik op rij twaalf plaatsnamen op het rode pluche van stoel eenentwintig en tweeëntwintig van het theater. Boudewijn had zich omringd met een vijftal knappe muzikanten. Ze maakten er een mooie, heel persoonlijke en ontroerende show van. Sommige rocksterren hebben moeite om na een leven vol drank en drugs nog met hun stem bij de klanken van weleer te komen. Boudewijn niet. Wat een genot om hem daar te zien zitten, vol zelfvertrouwen en te horen hoe loepzuiver hij nog altijd zijn repertoire ten gehore brengt.

We werden getrakteerd op alle klassiekers, hits en krakers die je hoopt te mogen meemaken bij een concert van Boudewijn, op één na. Ook ging de zaal een aantal keer volledig los op nummers die voor mij nieuw waren, maar me eveneens kippenvel bezorgden.

Met onze aanwezigheid verlaagden we de gemiddelde leeftijd van het publiek drastisch. Toch zag ik iets moois als ik om me heen keek. De aanwezigen waren het resultaat van verschillende generaties die Boudewijn heeft weten te bereiken. Muziek maken die generaties overschreidt, grenzend aan tijdloosheid. Dat is heel knap en slechts aan enkelen voorbehouden.

‘Vaarwel en misschien tot ziens.’ Dat komt wel goed, Boudewijn. Ik ga nu niet jouw hele repertoire downloaden. Ik ga je zeker niet opzoeken op Spotify of YouTube. Jij verschijnt gewoon vanzelf weer een keer in mijn leven, zoals je altijd al hebt gedaan. Hiervoor kan ik je niet genoeg bedanken.

 

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.