Zo amorf als de stront van Barbapapa

Sommige plekken op de wereld veranderen in geen dertig jaar. Andere herken je al niet meer zodra je omkijkt als je net je hielen hebt gelicht. Iedereen herinnert zich wel zo’n plek. Ze zijn allemaal verschillend maar ze hebben één ding gemeen: die rare perceptie van tijd. Zo amorf als de stront van Barbapapa. Met geen toetsenbord te beschrijven. Toch komen er hier twee van mij.

Onderweg naar een niet nader te noemen concert in Tilburg leek de bestuurder van de auto een afslag te vroeg richting parkeergarage te nemen, waarop ik hem aansprak. ‘Oh, gij bedoelt den Tivoli. Nee, wij zetten hem onder het Pieter Vreedeplein, kul’, antwoordde de bestuurder. Oké, zo frequent kom ik niet meer in het Tilburgse, dus het kon natuurlijk best zo zijn dat ze er nog een parkeergarage bijgegraven hadden. Eenmaal uit de auto was ik met stomheid geslagen. Ik was verdwaald. Ik vroeg me af of we wel echt in Tilburg waren. Waar de hel was ik beland? ‘Ge wit wel, achter den V&D’, werd mij medegedeeld. Het zag er zo, met alle respect, on-Tilburgs uit. Een ruim opgezet plein met chic, glimmend marmer. Hoge bomen en een rij eveneens chique marmeren attributen wiens functie ik niet nader kon omschrijven dan ‘mooi ding’. Maar in het bijzijn van mijn zoontjes zouden ze het zeker goed doen als speelattributen. Het plein was omringd met overdekte galerijen waaraan zich hippe winkels bevonden, met daarboven luxe appartementen. Verder lopend kwamen de twee vertrouwde torentjes van de Heuvelse kerk in beeld. We waren er dus echt. In Tilburg. ‘Schoon pleintje hoor’, antwoordde ik. In Tilburg hebben ze kennelijk niet stilgezeten sinds mijn vertrek.

In Meersel-Dreef, daar is de tijd wel blijven stilstaan. Niet overal natuurlijk, maar wel bij De Paterkes. Dat is maar goed ook. Heel lang geleden, toen ik zelf nog een jongetje was, kwam ik daar graag. Het was een teringeind fietsen, op mijn BMX-2000, langs de Mark. Maar de moeite werd beloond. Bij aankomst lag er een enorme speeltuin te wachten. Die stond garant voor uren speelplezier alsmede vermaak en eindeloos vertier. Ze hadden de hoogste glijbaan die ik kende en ik kon daar geen genoeg van krijgen. Ook aan lekkernijen als ijsjes was geen gebrek in het Luilekkerland net over de grens. Voordat de zware tocht naar huis begon, werden bij het belendende frietkot de magen gevuld met de allerbeste frieten die er bestaan. Belse* dus, met Belse mayonaise. Vermoedelijk ben ik daar bijna dertig jaar niet geweest. Immers, wat moet je nog in een speeltuin als je aan het puberen bent, of daarna. Maar nu, met twee zonen in de leeftijdscategorie speeltuin kom ik er weer net zo frequent als vroeger. In al die jaren is daar geen donder veranderd. Oké, de speeltoestellen zijn vervangen, je betaalt er met euro’s en ze hebben er mobiel internet, maar daarmee is ook wel alles gezegd. Parkeren is er nog altijd gratis. Entree vragen, daar doen ze niet aan. Bij De Paterkes, waar het meubilair alsmede de zondagsfietsers en bedevaartsgangers die daartoe behoren, ongewijzigd zijn gebleven, krijgt pa een heerlijk glas bier. Westmalle uit het vat. Echt bier dus, geen overgemarketeerde uilenpis. Zelf meegebrachte boterhammen worden daar opgegeten. Dat is allemaal geen probleem. Bezoekers worden niet gereduceerd tot consumenten waaruit een optimaal rendement wordt gegenereerd.

Op die volmaakt gelukkige momenten maak ik gauw een paar foto’s van de jongens, lachend met hun ijsjes. Leuk voor als ze groot zijn. Vervolgens spring ik dertig jaar terug in de tijd. Dan ga ik heerlijk onbezorgd genieten als een kind in de speeltuin. En voordat we naar huis gaan, uiteraard eerst nog langs het frietkot.

 

* Belgische

 

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.