Pesten? Ingrijpen!

Bij mij op de basisschool zat Miranda. Ze zat een klas hoger dan ik en had haar uiterlijk niet mee. Haar kapsel was nooit goed onderhouden en ze droeg oude, vale kleren. Op haar neus stond een bril met ontzettend dikke glazen, wat het moeilijk maakte om haar recht aan te kijken. Ze was heel stil en stond eigenlijk altijd alleen op het schoolplein. Miranda was het pispaaltje. Niet alleen van haar klas, maar van de hele school. Door iedereen werd ze ‘de Vlooi’ genoemd.

Op de middelbare school had je Jorg. Die had geen zelfvertrouwen en dat werd gevoeld. Jorg had een grote neus en werd daarom het mikpunt van spot. Kauwgom op zijn stoel, verdwenen kleding na de gymles, een tackel van de trap af tijdens het wisselen van een les, het zijn slechts enkele voorbeelden van de eindeloze reeks treiterijen die Jorg heeft moeten doorstaan.

Ik heb nooit meegedaan aan de pesterijen. Het enige wat ik mijzelf kwalijk neem is dat ik nooit voor Miranda of Jorg ben opgekomen. Nooit heb ik een pestkop tot de orde geroepen of een ros op zijn bek verkocht. Niemand deed dat. Bang om zelf slachtoffer te worden.

Noem het naïef, maar ik heb jarenlang gedacht dat het mij niet zou overkomen. Ik had prima sociale vaardigheden en was welbespraakt. Ook mijn uiterlijk viel niet direct buiten de norm. Ik had altijd gedacht dat de rol van pispaal mij bespaard zou blijven.

Tot de dag waarop ik aan die nieuwe baan begon. Vol enthousiasme meldde ik me op de eerste werkdag en eigenlijk werd ik meteen al koeltjes ontvangen. Pesten kent vele vormen maar de gemeenste is misschien nog wel negeren en buitensluiten. Het begon met overgeslagen worden als er koffie werd gehaald en gegrinnik achter mijn rug. Het mondde vrijwel meteen uit in het buitengesloten worden bij werkzaamheden. Het team had de grootste lol onderling en ook buiten werktijd werd er veel samen ondernomen, maar mij werd nooit iets gevraagd. Ik zat ook alleen. Alleen aan een bureautje waar niemand anders bij wilde komen zitten. Ik heb vaak aan Miranda en Jorg moeten denken. Mijn leidinggevende wist heel goed wat er aan de hand was, maar greep niet in. Hij was deze groep nauwelijks de baas en bewaarde de rust door het zo te laten en mij een negatieve beoordeling te geven.

Uiteindelijk ben ik na drie jaren van pesterijen overgestapt naar een nieuwe werkgever. Met de deuk in mijn zelfvertrouwen had ik ook daar een zware start. Maar ik ben er bovenop gekomen. Ik heb mijn talenten kunnen ontplooien en tegenwoordig sta ik weer sterk in mijn schoenen. Ik vlieg de hele wereld over en durf nu bijvoorbeeld tegenover grote groepen mensen in het Engels mijn verhaal te doen, iets wat jarenlang onmogelijk leek.

Dankzij mijn pesters ben ik vertrokken en ben ik veel beter terechtgekomen. Maar ik ben ze niet dankbaar. Iemand die ooit pispaal is geweest, draagt dat voor de rest van zijn leven met zich mee. Mijn pesters wonen in de buurt en af en toe kom ik er nog één tegen. Het lijkt misschien verleidelijk, maar ik zal geen wraak nemen. Ik verlaag mij niet tot de negatieve emotie die hen leidt. Wel heb ik medelijden met ze. Het is zeer triest om zo met mensen om te gaan. Nog meer medelijden heb ik met hun familie. Omdat hun vaders en echtgenoten, die thuis ongetwijfeld allemaal joviale en gezellige kerels zijn, een heel griezelige, donkere kant hebben.

Doe niet mee aan pesten, ook niet onder groepsdruk. Grijp in als je iemand kent die gepest wordt. Laat het niet gebeuren. Dat zou je zelf ook willen, als het jou overkomt.

 

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.