ICT Horror – Champagne

In de serie ‘ICT Horror’ neem ik je mee op sleeptouw door een reeks ervaringen die ik in de afgelopen twee decennia heb opgedaan in de ICT sector. ‘Champagne!’ schreeuwde Bas op vrijdagochtend om 8:20 uur over de afdeling. ‘We zijn live!’ Bas was de Project Manager (PM). ‘Live gaan’ betekent dat je project of nieuwe systeem de allerlaatste testfase heeft overleefd en uiteindelijk in productie is genomen. Bas vond het nodig om de daad bij het woord te voegen en inderdaad een aantal gekoelde flessen champagne te ontkurken.  ‘Niet voor jou!’ beet Bas me toe. ‘Jij hebt niets met dit project te maken gehad!’ Ik was niet eens van plan om met Bas in de feestvreugde te delen. Ik liep slechts langs hem, op weg naar mijn bureau. Bas en ik hadden in eerdere projecten al kennis gemaakt. Op zijn zachtst gezegd lagen wij elkaar niet zo. Hij had wel gelijk, ik had niets te maken gehad met zijn project. Gelukkig maar. Naarmate de tijd vorderde groeide het groepje feestvierders gestaag. Enkele notoire overwerkers en nachtbrakers namen met zichtbaar genoegen het gevlei en de lovende woorden van Bas in ontvangst. Wie niet beter wist zou denken dat dit normaal was. Het was echter gênant. Maar het zou nog veel gênanter worden. Hoewel Bas mij expliciet de toegang tot zijn feestje had ontzegd, omdat ik niet bij het project hoorde, zag ik ook andere collega’s al dan niet symbolisch proosten met Bas. Collega’s die net zo min als ik iets te maken hadden met zijn project. Het was duidelijk. Bas vierde een feestje op onze afdeling en ik was niet uitgenodigd. Aangezien mijn eerste meeting (vergadering) van die dag niet door leek te gaan, omdat iedereen stond te proosten op de afdeling, besloot ik om me toch maar in het feestgedruis te storten. Bas kan wel een grote bek hebben, ik kan een veel grotere bek teruggeven als dat moet. Maar eerst deed ik nog even iets anders. Ik nam dat gevierde systeempje van onze PM eens onder de loep. Heel makkelijk toegang, webbased allemaal. Even kijken hoe en wat en oja, even een ordertje inkloppen. Wel een speciaaltje natuurlijk, met van die specifieke eigenaardigheden. Gewoon, omdat het kan. Bas negeerde mij, bovendien was hij veel te druk met monologen tegen wie het ook maar horen wilde. Maar opeens verscheen er een lid van het project team met een ernstig gezicht. Hij probeerde Bas aan te spreken en hem bewust te maken van enige oneffenheidjes in het systeem. Bas duldde geen afbreuk aan zijn moment of fame en poeierde het ventje af en ging gestaag door met zijn gelul over leiderschap, team spirit en milestones (mijlpalen) en het afroepen van succes over zichzelf. Totdat de directeur hem op zijn schouder tikte. Ook met ernstig gezicht. De directeur vertelde Bas dat er op dit moment geen enkele order geprocessed (verwerkt) werd en dat we dus een S1 (severity 1, ernstigheid 1) incident hadden. Na een pijnlijke stilte gaf Bas aan dat het projectteam dit meteen ging oplossen. En zo geschiedde. Iedereen ging naar zijn plek. Iedereen ging aan het werk. Het feestje was voorbij, de champagne verdween in de koelkast. De hele dag hebben Bas en zijn mensen zitten zweten. Maar wat ze ook probeerden, het systeem weigerde dienst. Geen order werd verwerkt. Ik pakte op het eind van de dag fluitend mijn spullen bij elkaar. Op weg naar de uitgang liep ik langs Bas. Die staarde met een vermoeide en bijna wanhopige blik naar zijn monitor. Ja, die had een zwaar weekeind voor de boeg. Ik wenste hem een fijn weekend. En ik kon het niet laten. ‘Proost!’ riep ik alvorens ik het weekeinde tegemoet liep.

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.