Opa

Vandaag is het alweer drie jaar geleden dat opa is overleden. En dat is raar. Toen opa nog leefde was hij namelijk onsterfelijk. Natuurlijk wist ik ook wel dat opa ooit een keer het loodje zou leggen, maar hij was tot op de laatste dag van zijn leven een rasoptimist. Iemand die zin had in het leven. Zoveel, dat het voor mij niet mogelijk was om me voor te stellen dat hij er op een dag niet meer zou zijn.

Heel bijzonder, want opa heeft het lang niet altijd makkelijk gehad. Opa had ‘de oorlog’ meegemaakt. De verschrikkingen uit die tijd werden keurig doodgezwegen. Niemand heeft me ooit verteld dat ik er niet naar mocht vragen, maar ik heb het nooit gedaan. Als kleine jongen  niet, en ook niet als volwassen man. Naar de ellende die opa heeft moeten doorstaan kan ik alleen maar raden. Op één ding na: honger.

Opa heeft ontzettend vaak vreselijke honger gehad. Hoe ik dat weet? Hij heeft het me nooit verteld. Maar zo lang als ik hem gekend heb was hij dol op heerlijk eten. Als ik opa sprak, dan was het steevast: “Nou, gisteren rijst met goulash, vanavond gekookte aardappeltjes met spinazie en een slavink en morgen spaghetti met tomatensaus.” Waar het hart van volzit, daar loopt de mond van over. En in het geval van opa was dat dus eten. Op school had ik al geleerd dat de maaltijden in de concentratiekampen niet bekend stonden als culinaire hoogstandjes, dus ik begreep dondersgoed waar opa’s liefde voor lekker eten vandaan kwam.

Opa is er nooit met de pakken bij neer gaan zitten. Sikkeneuren kwam simpelweg niet in zijn vocabulaire voor. In de laatste weken en zelfs dagen van zijn leven stond het onomstotelijk vast dat zijn einde naderde. Zelfs toen liet hij de moed niet zakken.

Als het even tegenzit in het leven, als de dingen weer eens niet gaan zoals ik graag zou willen, dan vraag ik me altijd af hoe opa hiermee om zou gaan. En het antwoord laat zich raden: Rug recht, schouders eronder en aanpakken. En dat is dan precies wat ik zeg tegen mezelf: “Kom op, je weet hoe opa dit zou doen.”

Op die manier wil ik ook wel vierennegentig worden. En dat ga ik doen ook. Want, zoals opa zou zeggen: “Dat heb je zelf in de hand.” Maar eerst ga ik vandaag aan de slag. De zaken waarmee ik al een tijdje worstel aanpakken, op z’n opa’s welteverstaan. En vanavond ga ik voor een heerlijke maaltijd zorgen. Tijdens het eten zal opa in gedachten bij ons zijn. Opa is nog altijd een groot voorbeeld voor mij. Ik mis hem nog elke dag.

 

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.