Jumbo plaatjes verzamelen

Net als veel collega NAC supporters verzamel ik momenteel voetbalplaatjes. Jumbo heeft flink uitgepakt, een boekje volkrijgen is nog niet zo makkelijk. Omdat ik twee zoontjes heb moet ik nog eens twee boekjes vullen ook. Geen probleem, ik doe dat met liefde. Gelukkig helpen er aardig wat mensen mee. Opa en oma shoppen nu bij de Jumbo in plaats van de Appie. Zelfs buurtbewoners zijn zo vriendelijk om plaatjes mee te sparen. Regelmatig vind ik een stapeltje zomaar op de deurmat. Daarvan maak ik dan een plaatje met mijn telefoon en die post ik in de Facebookgroep van onze buurt met het bijschrift: ‘Bedankt!’ De gulle gever reageert dan met een like. Zo gaat dat tegenwoordig. Zelfs mijn voetbalmaat Ido was zo attent om bij de laatste thuiswedstrijd tegen Telstar enkele plaatjes te overhandigen. 

Inmiddels zit ik met een pedaalemmerzak vol plaatjes en twee boekjes voor mijn neus aan de eettafel. Normaal ben ik dol op dit werk. Een verzameling voetbalplaatjes compleet maken is nostalgie in wording. Naast de pedaalemmerzak heb ik een broodtrommeltje om de dubbele, of in mijn geval, de ‘drie-of meer-dubbele’ in te bewaren. Dat trommeltje gaat mee naar andere verzamelaars, zodat we kunnen ruilen. Ivo van drie deuren verderop, Arno uit d’n Beek en een collega verzamelen ook.

Deze avond zint me niet. Het broodtrommeltje is zojuist aangevuld met Penders, Babos, Zwaanswijk en ten Cate. Stuk voor stuk leden van een incompleet lijstje namen van lieden die mijn carrière als supporter tot ongekende hoogte hebben doen stijgen. Ik denk met weemoed terug aan de jaren vanaf 2000. Toegegeven, perfect was die tijd niet. Maar NAC was wel de eigenzinnige club van strijdend voetbal waar ik trots op was.

Dat mis ik zo. Stunten tegen een grote jongen of een keer strijdend op je bek gaan in een divisie die er toe doet, het ging altijd ergens om. De voetbaldialoog bij de koffieautomaat zag ik op maandagochtend altijd met vertrouwen tegemoet. Hoe anders is dat tegenwoordig. We lopen te klungelen tegen een tiental van Telstar in een divisie beneden onze stand.

Ik verhul mijn onvrede met cynisme. Zo spreek ik tegen mijn voetbalmaatjes de hoop uit dat we de nacompetitie ontlopen omdat het seizoen al lang genoeg geduurd heeft. Vroeger moest mijn vrouw altijd op NAC.nl kijken als ze iets wilde plannen, tegenwoordig hoeft dat niet meer. Met pokkeweer of een leuk concert in het vooruitzicht laat ik het net zo makkelijk afweten. Daarvan mag iedereen vinden wat hij wil.

Daan, een andere voetbalmaat, heeft zich dit hele seizoen nauwelijks nog laten zien in het stadion. Rob ook weinig. Weer andere supporters scharen zich achter het huidige NAC in de hoop ze naar de Grote Markt te zingen en schreeuwen. Maar cynisme, of wellicht een iets lichtere variant, bespeur ik ook bij de supporters die ‘We gaan Europa in’ zingen of de wave inzetten. Voetbalmaat Remko is er iedere thuiswedstrijd. Voor goed voetbal kijkt hij Champions League. Frank analyseert de wedstrijd en komt tot de conclusie dat het niet veel soeps is. Michel kocht een seizoenkaart en stortte daar tweehonderd euro zuiptegoed op. Hij is nog eenmaal langsgeweest om zijn kaart leeg te zuipen. Danny is er tegenwoordig zo af en toe, net als ik.

Ik respecteer ieders wijze van omgaan met deze crisis en heb geen waardeoordeel over mijn medesupporters. Zelf ben ik NACcer sinds 1990. De eerste promotie die ik mocht beleven was in 1993. Die jaren waren ronduit geweldig. Het avondje NAC was steevast de opmaat naar een leuke stapavond. De promotie van toen was voor mij een kers op de taart. Wie vandaag de dag zijn avondje NAC op deze wijze beleeft, geef ik groot gelijk en wens ik dezelfde euforie toe als die ik ooit heb meegemaakt. Het liefst heel binnenkort.

NAC bestaat ruim een eeuw en betekent veel voor mensen. Maar niet altijd hetzelfde. Namen van spelers en coaches die bij mij geen herinneringen oproepen, kunnen een ander juist op de spreekstoel zetten. Of andersom. Zo vul ik, naarmate de avond vordert, langzaam mijn broodtrommeltje. De volgende die ik toevoeg is Lurling. Ik krijg tranen in mijn ogen. Nondeju, ik houd ermee op voor vandaag.