Je hebt van die dagen

Mijn collega Brian vertelde me dat hij van plan was om dit voorjaar naar Nederland te komen. Altijd leuk. Brian woont aan de andere kant van de wereld, maar we doen allebei hetzelfde werk. Voor hetzelfde bedrijf. En dezelfde baas. Dat is dus een buitenkansje, face to face overleggen met Brian, in dezelfde timezone, aan dezelfde tafel. Brian liet weten dat hij graag 24 maart wilde arriveren. Vanwege de NSS top in Den Haag heb ik hem dat ontraden. Afgesloten snelwegen, verkeersinfarcten, dat gaat hem niet worden. Brian besloot zijn pijlen te richten op ‘early April’.

So far so good. Tijdens de NSS had ik geen tripjes richting Amsterdam of Den Haag gepland, dus ik nam aan dat de aangekondigde verkeersellende mij bespaard zou blijven. De enige ellende die mij bereikte was het gebazel van Mark. Die stond te verkondigen hoe geweldig hij het vond dat veel regeringsleiders in achterkamertjes koortsachtig overlegden over de Russische annexatie van de Krim. Om vervolgens slechts de hoogste kontenlikker uit hun gelederen af te vaardigen naar de slotverklaring. Totdat ik ontdekte dat Barack plotseling had besloten om een dag later naar Brussel door te reizen. Want wie had er een business trip naar Brussel gepland op deze dag? Juist. Uw gewaardeerde columnist. Ik zag het al voor me: volledig afgezette toegangswegen. Overal op en rond de ring van Brussel zouden de wegen verzadigd zijn van stilstaand blik. Een van die duizenden autootjes was ik, in mijn Opel Zafira. Verstoken van een fatsoenlijke maaltijd of zelfs een flesje water. Je hebt van die dagen.

Dat zal me niet gebeuren, dacht ik. Gauw maar even een treinticket geboekt. Leuk. Als commuter reis ik al een decennium niet meer per trein. Als concertganger nog wel, zo af en toe. Het spoor heeft zo zijn voordelen. Met een beetje geluk doe ik nog een bakje koffie met Martin Zevensloten. De Intercity Direct bracht me, inderdaad direct, naar Rotjeknor. Kon ik mooi even het nieuwe station aanschouwen. Eventjes maar, want al gauw arriveerde de Thalys, die me in een noodtempo via ‘Anverres’ naar ‘Bruxelles’ zou schieten. Jammer, Martin niet gezien. Is ook wat, die kerel zit altijd op het spoor, behalve als ik er ben. Je hebt van die dagen.

Gelukkig had ik nog een ander verzetje in het vooruitzicht. Laagvliegen. Ik had nog nooit in de Thalys gezeten. De zenuwen van een kleine jongen gierden door mijn lichaam. In een moordend slakkengangetje verlieten we het Centraal Station, om vervolgens binnen een kilometer weer bijna tot stilstand te komen. Met een Frans accent riep de machinist om dat er problemen waren met een ‘bovenleidieng’, en dat we zouden worden ‘omkeleit’ via Roosendaal. Prima, dacht ik, we gaan toch laagvliegen. Niet veel later werd ons medegedeeld dat er een evacuatie gaande was nabij het spoor, en we konden een aanzienlijke poos niet veel harder dan 40 kilometer per uur. De snelste trein van Europa bracht mij met zware vertraging naar Brussel. Je hebt van die dagen.

Ik arriveerde dik te laat op de vakbeurs en vreesde veel gemist te hebben. Maar nee, er stond me nog een bummer te wachten. Soms vraag ik me af waarom ik eigenlijk nog in de ICT werk. Toen ik op de beurs rond me heen keek, had ik weer zo’n moment. Salesjongens met gladde praatjes prezen hun producten aan. Autistische nerds zonder sociale vaardigheden probeerden die uit alle macht te ontwijken. Het is nog steeds een mannenwereld, ICT. En neem het ze eens kwalijk, die vrouwen. Je gaat toch niet voor je plezier tussen de contactgestoorde Star Wars-liefhebbers zitten. Er waren wel vrouwen, hoor. Maar die waren ingehuurd om de boel wat op te leuken. Ze leken een beetje op van die mooie meisjes zoals je ze in de pitsstraat ziet. Allemaal hetzelfde mooie strakke pakje aan in dezelfde kleur. Een blondje heette me welkom. Dell stond er op haar shirt. Of het van zelfkennis getuigde laat ik in het midden, maar dat ze niet kon spellen, dat stond vast. Je hebt van die dagen.

Een ander meisje vroeg me van welk bedrijf ik kwam, en of onze corebusiness ook ICT was. Ook wilde ze mij introduceren aan een van hun accountmanagers. Ik vroeg het ding hoe hun bedrijf eigenlijk heette. Ze moest het oplezen vanaf de stapel flyers die ze vasthield. ‘En wat doen jullie precies?’ vroeg ik haar. ‘Nou eh.. ja..,’ stamelde ze. Ik ben maar doorgelopen. Je hebt van die dagen.

Toen was er nog een presentatie van een kerel in een geruite bloes die vertelde dat wat hij deed een passie was. Geen beroep. Wat hij dan precies deed weet ik nog steeds niet. Het was een dramatisch onsamenhangend verhaal over ‘de cloud’ en ‘licenties’. Wel weet ik dat zijn Engels onder de maat was. Niet alleen gesproken. Zelfs zijn slides bevatten spelfouten. Kom op zeg, een hoog van de toren blazende ICT’er die ons van alles zou vertellen over de laatste trends in ons vakgebied. Maar nog te lomp om een spellchecker aan te zetten. Ik kon het niet meer aanhoren en ik ben na een halfuur dwars door zijn presentatie opgestaan en weggelopen. Je hebt van die dagen.

Ik was zo vroeg terug op het station dat ik in principe een Thalys eerder terug naar Nederland had kunnen nemen. Ware het niet dat een plek in de Thalys gereserveerd is. Die had ik natuurlijk kunnen omboeken. Iets in mij zei dat ik dat maar beter niet kon doen. In plaats daarvan ben ik bij Sam’s CafĂ© gaan zitten. Met een heerlijke cappuccino. Ik heb mijn computer opengeklapt om deze column te tikken.

Je hebt van die dagen.

 

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.