Hyperacusis

Het moeilijke woord dat de titel van dit lapje tekst behelst, betekent zoveel als ‘overgevoeligheid voor geluid’. Of ik daar last van heb? Dat kun je wel zeggen.

Waar gewone mensen de gebruikelijke ochtendroutine doorlopen, moet ik mijn meisje verzoeken om zich van haar hakken te ontdoen totdat ze het huis verlaat. Het geklos op de houten vloer en -trap kan ik simpelweg niet verdragen. Bij iedere stap wordt het gedreun erger en voelt het alsof het hele huis trilt. Ik ben de enige.

Als ik naar de zaak fiets, heb ik een momentje van rust. Totdat ik langs een drukke ringweg moet en word geacht om het geraas van het langsbulderende verkeer het hoofd te bieden. Einde rust, ik verhoog het tempo en rijd snel door naar de zaak.

Daar zit ik tegenover Bert. Geweldige vent. Maar als Bert aan de telefoon zit, dan praat hij ineens drie keer zo hard. En hij belt nogal eens. Hoe harder ik me probeer te concentreren op mijn werk, hoe erger het wordt. Het lijkt wel of er een wrattenzwijn op mijn trommelvliezen kauwt. Niemand schijnt daar last van te hebben, behalve ik.

‘s Avonds thuis gaat de irritatie gewoon door. Het getetter van stemmen op televisie die de huiskamer binnendringen is vreselijk. Niet in de laatste plaats heb ik het dan over het oeverloze gekakel van aanbieders van producten en diensten waarop ik helemaal niet zit te wachten. Dan zet ik de tv uit en slaak ik een zucht van verlichting. Ik word dan aangekeken alsof ik niet lekker ben. Dat klopt. Maar daarmee houdt het niet op. Het gezoem van de afzuigkap of de mechanische ventilatie zijn eveneens niet-aflatende irritatieprikkels.

‘s Nachts gaat het feest gewoon door. Waar iedereen in huis heerlijk ligt te dromen teneinde de volgende dag weer monter uit bed te springen, lig ik me te irriteren aan deuren die klapperen vanwege de wind, jankende buurtkatten of de doodgewoonste omgevingsgeluiden.

Plaatsen waar het geluid zo hard staat dat je je stem moet verheffen, zoals een ramvol café, daar kom ik liever niet. Soms heb je wel eens een etentje, in een vol restaurant. Dan zit iedereen gezellig met elkaar te praten behalve ik. Uit de eindeloze brei van geluiden die de ruimte vult, kan ik geen gesprekken, individuen of aanknopingspunten onderscheiden. Concerten dan weer wel. Daar hoef ik geen gesprekken te voeren die ik helemaal niet kan voeren. Daar doe ik schaamteloos mijn oordoppen in om ongestoord van de muziek te kunnen genieten.

Met overgevoeligheid voor geluid zou je denken dat je alles heel goed kunt horen. Niets is minder waar. Een zieke collega kwam langs, dus we gingen samen een bak koffie doen in de kantine om bij te kletsen. Juist op dat moment had de schoonmaakdienst besloten om de kantine te gaan stofzuigen. Ik kon die kerel nauwelijks meer verstaan. Het kostte me de grootste moeite, getuige de zweetplekken onder mijn armen, om de discussie bij te houden. Hierdoor, en omdat ik blijkbaar de enige ben die zoveel last heeft van geluid, heb ik geconcludeerd dat het aan mij ligt, niet aan het geluid of de omgeving.

Tegenwoordig slaap ik met oordoppen in. Ik heb IKEA-plakkertjes tussen de deuren gedaan om het klapperen tegen te gaan. Op mijn werk durf ik geen oordoppen in te doen. Dat zou er nogal raar uitzien. Gelukkig heb ik daar ook iets op bedacht. De headset van mijn nieuwe Samsungtelefoon heeft van die nieuwsoortige oordoppen. Geen speakertjes met kussentjes meer, die je in je oor kunt hangen, maar echte oordoppen, die ervoor zorgen dat het omgevingsgeluid wordt geminimaliseerd. Bij ons zitten er vaak mensen met oordoppen in te werken. Ik dus ook, maar zonder muziek. Ik gebruik ze alleen om het gekwaak van Bert buiten te houden.

 

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.