Geen nieuwe oma

Van een goede vriend kreeg ik onlangs een prachtige anekdote. Hij kon, mits correct verwoord, zo in het portfolio van één der grote helden. Die vriend zat even uit te rusten op een bankje in het park. Doet-ie wel vaker. Langzaam kwam er een oude heer dichterbij. Het grindpad kraakte onder de wieltjes van zijn rollator, die hij slechts met moeite voor zich uit wist te duwen. Of hij mijn vriend al had zien zitten valt te betwijfelen. Pas toen hij voor mijn kamaraad stond, nam hij even pauze. Zijn voorovergebogen houding verruilde hij voor een rechtstaande positie, op zoek naar meer adem. Toen zag hij mijn maat en stak van wal.

‘Goedemiddag meneer. ’t Is allemaal wat hè. Het is helemaal niet makkelijk als je er ineens alleen voorstaat. Ik heb ’t meegemaakt. Maar weet u wat ’t is? Het is zo complex. Dat is iets wat ik van tevoren nooit verwacht had. Goed. Mijn vrouw was er niet meer. Maar mijn vrouw had een vriendin. Een hartsvriendin weet u wel. Ze stond dag en nacht voor haar klaar. En die vriendin is een stuk jonger dan mijn vrouw.

U voelt ‘m al aankomen hè. Juist. Die jongere vriendin, die ziet er ook nog eens niet onverdienstelijk uit. Dus ja, nu ben ik niet meer alleen. Ik hoop maar dat mijn vrouw niet boos is op me, als ik haar weerzie. Maar wat het meest pijn doet nu, dat zijn niet eens mijn kinderen. Nee hoor, die vinden het prima. Deels uit gemakzucht. Dat weet ik ook best. Ik word prima verzorgd. Als ik thuiskom liggen mijn pantoffeltjes klaar op de verwarming, mijn onderbroeken worden gewassen en er wordt prima voor me gekookt.

Dus nu hoor ik u zich afvragen meneer, wat dan het probleem nog is. Welnu, dat zijn de kleinkinderen. In de laatste decennia heb ik ze zien opgroeien tot jongvolwassen mensen. Van de eerste stapjes, tot aan hun afstuderen. Ik heb van ze genoten. En zij van mij. Ik was hun lievelingsopa. Ze doen het uitstekend. Altijd heb ik ze vol trots en bewondering aanschouwd. Maar ze willen me niet meer zien meneer. Ze willen geen nieuwe oma.’

Mijn maat zat bewegingsloos op het bankje. Hij maakte aanstalten om te reageren, hoewel hij nog niet wist wat hij precies moest zeggen. Maar de oude heer was hem te snel af. Voorover gebogen duwde zij zijn loopmaat weer voor zich uit. ‘Goedemiddag meneer.’

 

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.