De pechvogel van 1/2A

Je hebt van die dingen die eigenlijk heel gewoon zijn, maar toch even speciaal aanvoelen omdat je ze een tijdje hebt gemist. Bijvoorbeeld een toetsenbord waarvan alle letters het doen zonder te haperen, een keuken die geheel bevrijd is van mieren of een fiets waarvan de ketting niet meer telkens een paar tandjes overslaat als je optrekt in de eerste versnelling.

Een tijdje terug bracht ik mijn oudste zoontje naar school, zoals ik dat al honderdduizend keer gedaan had. Omdat afscheid nemen soms een probleem was, had ik me voorgenomen om na een stevige knuffel en een grote zoen mijzelf rap uit de voeten te maken. Tot zover een gewone maandagochtend. Niks bijzonders. Toen ik hem probeerde te smeren, ging mijn bovenlichaam al richting de deur, maar mijn voeten gingen niet mee. Ik hing scheef in de lucht en dat probeerde ik te corrigeren door mijn voeten weer onder mijn lichaam te plaatsen. Dat ging niet.

Scheef hangend in de lucht zag ik in een flits de moeder van Guusje bijzonder ernstig en bezorgd naar mij kijken. Voor ik besefte dat er iets niet in de haak was, lag ik languit op de grond. Midden in de kleuterklas. Ik bleek te zijn gestruikeld over een mini kleuterbankje. Totaal over het hoofd gezien. Het geroezemoes in de klas maakte plaats voor een doodse stilte. Het licht ging uit en er werd een spot op mij gericht. Ouders, juffen, kleuters, iedereen keek naar mij. De stilte werd opgevuld met een luid gebulder. Het was natuurlijk ook hilarisch, zo’n papa in zijn kantooroutfit die ineens op de grond ligt. Als een boer met kiespijn lachte ik maar mee en ik wist niet hoe snel ik me uit de voeten moest maken.

Op weg naar mijn werk merkte ik plotseling dat ik nogal moeite had met het bedienen van de schakelpook, terwijl ik daar normaal gesproken buitengewoon bedreven in ben. Het leek erop dat mijn rechter elleboog de val had gebroken. Later zou het omgekeerde blijken.

Op de zaak begon mijn elleboog steeds meer pijn te doen. Ik kon mijn arm steeds minder goed bewegen. Collega Bert was zo vriendelijk om mij te vergezellen naar de eerste hulp. Daar bogen twee artsen zich over mijn arm. Moeilijke woorden als tuberositas radii en epicondylus lateralis werden voor mij vertaald naar ‘een pal en een kommetje die vrij ten opzichte van elkaar bewegen’. Maar dat bewegen ging niet meer omdat er een barst in het kommetje zat. Gips raadden de heren af, omdat daarmee de elleboog enkele weken totaal geen beweging zou hebben. Met een vastgeroeste elleboog ben je nog verder van huis. Als alternatief werd mij een drukverband en een mitella aangeboden waarmee ik zes weken zou moeten rondlopen, of fietsen. Geen autorijden, want ik mocht niet schakelen. Van mijn zoontje kreeg ik een prachtige tekening van een vogel. ‘Mijn papa is de pechvogel van klas 1/2A’, had de juf erbij geschreven.

Al die tijd heb ik mijn columns met één hand moeten typen. Ik was er bijna aan gewend. Pasgeleden ging ik terug naar de dokter die mijn arm bevrijdde uit het verband en constateerde dat ie weer geschikt was voor normaal gebruik. Het eerste wat ik ben gaan doen is deze column typen, met twee handen. Heel gewoon eigenlijk, maar ook weer zo speciaal, heel eventjes.

 

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.