De Oost-Nepalese Brulbuffel

Voor vandaag maar eens een verhandeling over de Oost-Nepalese Brulbuffel uit mijn toetsenbord gewrongen. Wie dit een Dijkshoorn ripoff noemt, heeft volkomen gelijk. Maar dat zal ik natuurlijk nooit toegeven. Ik zeg liever dat ik me door zijn werk heb laten inspireren. Stiekem voel ik me dan vereerd.

De Oost-Nepalese Brulbuffel

Anders dan zijn naam doet vermoeden, komt de Oost-Nepalese Brulbuffel ook gewoon in Afrika voor. Veel mensen weten dat niet. Dat komt mede doordat de Brulbuffel buitengewoon intelligent is. En mensenschuw. Hij laat zich nauwelijks zien. Alleen kenners kunnen zijn aanwezigheid vaststellen. De Brulbuffel bakent zijn territorium af met zijn anus. Deze schuurt hij tot bloedens toe over boomstammen en rotsen.

Laatst was ik op safari in Afrika. Niet speciaal voor de Brulbuffel, maar gewoon omdat ik een teringhekel heb aan de Nederlandse novemberkou. Mbuzi was onze gids, samen met Vera. Ik droeg een hoed met kurken aan touwtjes rondom de rand. De hele dag hadden we al rondgereden, met acht jeeps in colonne, in Afrika. Op ontelbare plaatsen waren we gestopt en had Mbuzi honderduit verteld over de fnuikige sprinkhaan met zijn kutkarakter, de giftige oasekikkers en de pyromanische vlammenwerpervliegjes.

Net toen we op het punt stonden om voor de laatste keer in de jeep te stappen en naar ons tentenkamp terug te keren, zag Mbuzi iets heel bijzonders. Vera niet, die was bekaf en wilde niets liever dan terug naar het kamp. Mbuzi bukte bij een uitgedroogde omgevallen kurkboom. Er zaten een aantal donkerrode vegen op, met daarin talloze zwarte bolletjes. Hij hield er één tussen duim en wijsvinger. ‘Hmmm.. Vlierbessenzaadjes,’ zei Mbuzi, ‘in opgedroogd bloed en poepresten. Op een kurkboomstam. Dit is heel bijzonder. Dit kan maar één ding betekenen: we zijn hier in het territorium van een Oost-Nepalese Brulbuffel.’ Vrijwel niemand had ooit al eens gehoord van dit beest, maar Mbuzi’s ernstige gelaat sprak boekdelen. Zijn blik gleed over de bosrand, zoekend naar de Brulbuffel. Die was in geen velden of wegen te bekennen. ‘Maar,’ zo verzekerde Mbuzi ons, ‘de Brulbuffel is zó slim, die heeft ons allang gezien. Waarschijnlijk zit hij ons op dit moment te bekijken.’

’s Avonds zaten we met het hele reisgezelschap rond een kampvuur en was iedereen de confrontatie met het buffelterritorium allang vergeten. Die was als het ware opgegaan in de brei van indrukken en ervaringen van de hele dag. Niemand meer die eraan dacht. Alleen Mbuzi was erg stil.

Een Fransman verliet het kampvuur om in de bosjes te pissen maar keerde niet terug. Samen met twee Engelsen gingen Mbuzi en ik op zoek. We vonden de stakker met zowel zijn voeten als zijn handen aan elkaar vastgebonden rond een dikke boom. In zijn mond zat een dikke prop van bamboebladeren. Een duidelijker signaal van de Oost-Nepalese Brulbuffel om je weg te scheren uit zijn territorium kun je niet krijgen. Vera gaf een gilletje van schrik en ze werd lijkbleek.

Diezelfde avond hebben we het kamp nog ontruimd en zijn we hem gesmeerd. Dat bleek geen onverstandige keuze: de Brulbuffel had nog meer streken uitgehaald. Er bleek te zijn geürineerd in onze watervoorraad en onze navigatie was gesaboteerd. De accountant, de supermarktmanager, de nieuwbouwlul en de kantoorslaaf wilden avontuur. Ze kregen avontuur. Maar nu dropen ze af. Terug naar Noord-Europa. Die novemberkou is toch helemaal zo gek nog niet.

De Brulbuffel slingerde aan een liaan en gniffelde in zijn vuistje.

 

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.