De Fyra-fossielen

Ons hele leventje speelt zich af op een postzegel. Wonen, werken, school, crèche, familiebezoekjes, voetbalclub, boodschappen, zwemles en ga zo nog maar even door. Het is allemaal op fietsafstand. Het is een gezellig leven, maar zeker ook een druk bestaan. Een uitstapje naar de grote stad, of zoals Nico Dijkshoorn het zou noemen, weg uit de provincie, is een zeldzaamheid. Het was dan ook even schrikken toen het hoofdkantoor belde om te zeggen dat ik binnen twee weken aan de andere kant van de wereld werd verwacht.

Met tegenzin werden de tickets geboekt en de dag des oordeels kwam met rasse schreden dichterbij. Het laatste weekend genoten we extra hard van elkaar. Alle afspraken werden afgezegd. Voetbalclub, vrienden, bioscoop, allemaal even niet aan de orde. Knuffelen, dat moest er gebeuren. Niemand houdt de tijd tegen dus uiteindelijk moest ik héél vroeg in de nacht van zondag op maandag afscheid nemen van mijn gezinnetje. De slapende jongens kregen een zoen op hun hoofd. Mijn meisje hield ik nog even stevig in mijn armen. Dag schatje, pas goed op elkaar, tot over een weekje. Ogen dicht en zoenen. Misschien wel voor de laatste keer.

Want het scheen levensgevaarlijk te zijn om met die Fyra te reizen. En ik moest helemaal naar Schiphol. Een wrak op wielen werd het genoemd. Bodemplaten begaven het en de onderdelen vlogen eraf tijdens het rijden. “Je moet me wel een berichtje sturen als je veilig op Schiphol bent aangekomen hè?” had mijn meisje gevraagd.

Op het station stond me een grote tegenvaller te wachten. Ik had erop gerekend dat die Fyra helemaal niet zou rijden, dat lees je immers altijd. Maar hij stond daar gewoon, ruim op tijd. Het was nu dus onvermijdelijk geworden. Ik moest instappen in de trein des doods. Mijn hart bonkte in mijn keel en ik was klam van het zweet. Vaarwel wrede wereld, het was me een genoegen om hier bijna vier decennia te mogen rondlopen. Héél voorzichtig liep ik naar de dichtstbijzijnde stoel, ik was als de dood om door de bodem heen te zakken. Toen de trein vertrok hield ik mijn ogen dicht en mijn adem in. Ik had heel hard mijn favoriete muziek opstaan, om die losvliegende onderdelen niet te hoeven horen. Tijdens de rit vroeg de conducteur via de intercom de aandacht. Ik was ervan overtuigd dat hij ging vertellen dat we gingen ontsporen en dat we ons allemaal heel goed aan de stoel moesten vasthouden. Of we zouden stilvallen, midden in een weiland en niemand zou ons ooit meer terugvinden. We zouden allemaal omkomen van de honger en over vijfhonderd jaar teruggevonden worden als fossielen. De Fyra-fossielen. Slachtoffers van het wanbeleid van een geprivatiseerde overheidsdienst. Zo zouden we de geschiedenis ingaan.

Dat bleek niet het geval, hij gaf aan dat we over tien minuten op Schiphol zouden arriveren. En dat we bij het uitstappen niet onze bagage moesten vergeten. Uitstappen? Dus we zouden gewoon op tijd op Schiphol aankomen?

Van: Raas
Aan: Schatje

Hoi Schatje! Ik ben net op Schiphol aangekomen. Mooi op tijd. Niks aan de hand. Ik hou van jou! X

Van: Schatje
Aan: Raas

Joepie! Wat fijn om te horen dat je heelhuids op Schiphol bent aangekomen! Veel plezier op je vlucht naar Amerika! Ik hou ook van jou! X

 

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.