Comfort noise en megapixels

Technologie. Ik blijf me verbazen over hetgeen technologie de laatste decennia heeft mogelijk gemaakt. De ontwikkelingen gaan sneller dan het licht en zijn niet te stuiten. Ik kijk reikhalzend uit naar Bob, want zo zal ik mijn eerste zelfrijdende auto noemen. Het is doodnormaal geworden hoe technologie in ons dagelijks leven is geïntegreerd en ons van dienst is. En hoezeer we erop vertrouwen en er afhankelijk van zijn. Hoewel ik als argeloze gebruiker soms toch wat te mopperen heb.

De eerste dertig jaar van mijn leven deed de televisie het gewoon altijd. Ik wist niet beter. Op een coaxkabel zat signaal wat we later ‘analoog’ zouden noemen. Als je eens verhuisd was, of anderszins de noodzaak had ondervonden om een kabel door te trekken of aan te sluiten, kon je nog wel eens met een verstoorde weergave op je beeldbuis van doen hebben. Maar als dat eenmaal gefikst was, dan had je het keurig voor mekaar. Televisie aan: beeld. Televisie uit: geen beeld. Altijd.

Hoe anders is het tegenwoordig. Ook ik ben slachtoffer van de digitale interactieve HD-shit. Toegegeven, als het werkt, dan ziet het er prachtig uit. En nee, ik zou niet meer terug willen. Maar van de vanzelfsprekendheid waarmee ik de televisie vroeger aanzette is niets meer over. Regelmatig word ik geteisterd door zwart beeld. De venijnige lampjes op mijn HD-ontvanger lachen me guitig uit en knipperen vrolijk in allerhande weergaven. Update… LOL… Load… Raas… Kal… Loser… Wait.. LOLOL. En als mijn ontvanger me niet uitlacht, dan tovert hij frequent een veld van enorme blokken op het scherm, in plaats van het doorgaans zo mooie beeld. Ik vroeg laatst aan mijn meisje of dat nou megapixels waren, dat bleek niet het geval.

Bellen was niet anders. Zeker als je helemaal naar Amerika belde. Er was een enorme hoop ruis op de lijn en je moest hard praten om jezelf verstaanbaar te maken. Zeker in conference calls. Tegenwoordig bellen we op de zaak met Lync. Wie dat niet kent: Lync is de corporate variant van MSN, je weet wel, dat geinige chatprogrammatje van Microsoft van vroeger. In het corporate leven wordt dat nog steeds gebruikt, maar dan onder de naam Lync.

Lync is fantastisch. Je kunt niet alleen chatten met je collega’s en vrienden, je kunt ook online meetings organiseren waarbij je een call opzet voor alle genodigden en je met hen allemaal tegelijk je scherm kunt delen. Alle data van Lync, inclusief spraak, gaat over het netwerk dus je bespaart daarmee enorm op de telefoonrekening. En de kwaliteit is super. Er zit zo weinig ruis op de lijn dat je er even aan moet wennen. Wie stil is bij een conversatie via Lync, hoort niets. Regelmatig stellen beginnende Lyncers elkaar de vraag: ‘Hallo, ben je er nog?’ Wij zijn gewend aan de ruis, die ons vertelt dat er inderdaad nog verbinding is. Sommige bedrijven hebben zelfs op hun bestaande Lync omgeving wat ruis aangebracht, omdat men dat nou eenmaal comfortabeler vindt. ‘Comfort noise’ noemen we dat.

Ja, Lync is te gek. Als het werkt. Net zo vaak als mijn interactieve HD ontvanger thuis kuren vertoont is er met Lync ook wel eens iets mis. Soms lijkt het wel of Lync mij als toehoorder een tijdje van geluid onthoudt en dit vervolgens kraakhelder, opgeknipt in stukjes alsnog aan me bezorgt. Andere collega´s lijken te zijn opgesloten in een holle boom. Anders zou ik dat gegalm en die oneindige echo niet kunnen verklaren.

Prima hoor, ik kan daarmee leven. Ik log even uit en weer terug in. Daarmee zijn de Lync-issues meestal wel verholpen. En nee, ik zou niet meer terug willen naar de analoge conference calls, vol ruis. Maar de vanzelfsprekendheid waarmee ik gebruik maak van deze technologie is er nog niet. Iedere Lync meeting waarbij technische verstoringen achterwege blijven lijkt een meevaller.

Ik geloof best dat dit allemaal kinderziektes zijn en dat we over een decennium hier lachend op terugkijken. Maar ik hoop wel dat ze die zelfrijdende auto beter opleveren.

 

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.