Gewoon vier keer winnen!

Laatst zag ik op tv iets over een mijnwerker. Die kerel werkte in een mijn. Dat doen mijnwerkers. Hij werkte iedere nacht. Overdag sliep hij.  Zo verliep zijn leven en hij deed het tot aan zijn oude dag. Als hij ’s ochtends van de mijn naar huis fietste, kwam hij soms zijn zoon tegen, die op weg naar school was. Dat was eigenlijk het beste moment van de dag. Want hij hield veel van zijn zoon, maar vanwege zijn werk zag-ie hem niet vaak. 

Dat deed me realiseren hoe bevoorrecht ik ben. Ik ben er zoveel mogelijk voor onze zoontjes. Op alle bijzondere én gewone momenten sta ik voor ze klaar. Bij het behalen van ieder zwemdiploma ben ik aanwezig, alle voetbaltrainingen en -wedstrijden eveneens. Als we eens een keer niks te doen hebben, liggen we heerlijk languit op de bank te gamen.

En natuurlijk NAC.

Onze jongens waren ieder twee toen ik ze voor het eerst meenam naar NAC. Na eindeloos zeuren keurde mijn vrouw de business case om ze mee naar het stadion te nemen eindelijk goed. Inmiddels zijn de jongens iets ouder en dat NACcen is een gezamenlijke hobby van ons geworden. Die supportertjes, piepjong als ze zijn, hebben ook al een reeks bijzondere momenten bijgewoond. Helaas niet altijd euforisch want het leven van een NACsupporter gaat niet louter over rozen. Zo hebben ze al een degradatie uit de eredivisie meegemaakt en moesten ze aanschouwen hoe onze club net naast promotie greep. Iets wat een onvergetelijke dag had moeten worden, werd een pijnlijke nederlaag. Een spreekwoordelijke ros op de smoel, uitgedeeld door onze aartsrivaal. Wat een vernedering.

Ook toen had ik onze zoontjes gemobiliseerd. Mijn vader was er ook bij. Het was mijn plan om ze iets mee te geven voor het leven. Overal waar ze zouden komen, als die iconische mijlpaal uit de NACgeschiedenis ter sprake kwam, zouden mijn kinderen kunnen zeggen: ‘Ik was daarbij. Samen met mijn broer, papa en opa.’ Uiteraard had ik een voorzorgsmaatregel getroffen. Bij promotie zou ik de jongens snel thuis afdroppen en samen met mijn vader de overwinning op de Grote Markt vieren. Tot in de vroege uurtjes. Om zonder ook maar een minuut slaap de volgende ochtend op mijn werk te verschijnen. Daar zou ik de gehele dag bij de koffieautomaat hebben gestaan. Met iedereen die het maar niet horen wilde zou ik het over voetbal hebben. De Godganse dag. Of week.

En nu? Nu is #OperatieEredivisie gaande. Ik kreeg een e-mail van NAC met het verzoek om te verlengen. En dat heb ik gedaan. Zonder meer. Want NAC is mijn club en ik hou van NAC.

NAC kan vlammen als het moet. Die vlammen hebben ons de vijfde plek opgeleverd. Dat zagen we tegen Jong Ajax die we met 4-3 naar huis stuurden, tegen VVV die we met 0-4 op de kloten gaven en meest recent in de merkwaardige pot tegen FC Oss waar we een 0-1 achterstand ombogen naar een 4-1 overwinning. Van die Playoffs heb ik inmiddels wel een beetje een beeld. Het was een lelijk seizoen, dus het moet ook lelijk verlopen.

Het zou wat zijn, een bijzonder matig seizoen spelen, geen kampioenschap behalen, niet eens een periodetitel bemachtigen maar wel met lelijk voetbal vier potten breken en promoveren. Dan staan we met tranen op de wangen onder het feloranje licht van stadionfakkels op de Grote Markt. Mijn vader, mijn zoontjes en ik zijn er klaar voor. We gaan geschiedenis schrijven.

En als het mislukt, dan verdwijn ik minstens voor een maand ergens in een mijn, diep onder de grond.