Afscheid nemen

De personages in deze column zijn geanonimiseerd met een nickname. De rest is op waarheid gebaseerd.

Tante Lia woont in Amsterdam. Al jaren. We zien haar vrijwel nooit. De laatste keer was op de begrafenis van mijn opa, al bijna zeven jaar geleden. Toch is de band met tante Lia altijd goed gebleven. Zo ontvingen we bijvoorbeeld een lief kaartje bij de geboorte van onze kinderen. Toen ik voor het eerst vernam dat tante Lia ernstig ziek was, kreeg ze ook een kaartje van ons. 

Die rotziekte sleurt ze al ruim anderhalf decennium met zich mee. Via mijn ouders vernamen we regelmatig een update over haar gezondheid. Gezien de omstandigheden deed ze het helemaal niet slecht. Tot die ene dag waarop we hoorden dat het goed mis was met haar.

Ik besloot om haar geen kaartje te sturen, maar een elektronisch berichtje. In dat berichtje stond niet veel, buiten de mededeling dat we haar graag eens zouden opzoeken. Best vreemd, ik voelde mijzelf ineens een beetje schuldig, omdat ik dit al jaren niet meer had gedaan. Tante Lia reageerde meteen. Ze was dolblij om iets van ons te horen en zag er naar uit om ons te zien.

Precies een week later stonden we met zes man op de stoep van het pand aan de immer chique grachtengordel. Even vroeg ik me af of het niet te druk zou worden voor tante Lia, met mijn zus en haar man, plus mijn vrouw en ik met twee zoontjes.

Tante Lia stond bovenaan de trap op ons te wachten en zag er verrassend goed uit. Iemand die het niet wist, zou haar niet ongeneeslijk ziek inschatten. Tante Lia werd vergezeld door haar beste vriendin Therese en we werden hartelijk ontvangen. Er werd cappuccino voor ons gezet en er was speciaal voor ons heerlijke appeltaart in huis gehaald. Tante Lia was oprecht geïnteresseerd in hoe het met ieder van ons ging. Ik gaf haar twee tekeningen die onze jongens voor haar hadden gemaakt. Het werd erg gezellig en van ongemak was geen sprake.

De laatste keer dat ik bij tante Lia op bezoek ben geweest was ik nog een kind. Ik kwam daar regelmatig en heb er ook meermaals gelogeerd. Haar woonkamer was ineens een stuk kleiner dan in mijn herinnering. Ik herkende haar prachtig geschilderde vogels van balsahout. Ze stonden nog altijd in dezelfde hoek van de woonkamer. Achterin hing een schilderij van een Peruaanse markt. Als kind was ik gefascineerd door de kleurrijke verbeelding van dat exotische oord. Instagram bestond nog niet.

Ik greep de eerste stilte aan om te vragen hoe het nu eigenlijk met haar ging. Ondanks dat ze een goede dag had, loog de situatie er niet om. Dat deelde ze ons mede in termen van uitzaaiingen, het aan zich voorbij laten gaan van een chemo die te zware bijwerkingen heeft en het moeten organiseren van de uitvaart. Even later ging het gesprek weer over alledaagse zaken zoals haar raakvlak met mijn zus en haar man: reizen.

We hadden afgesproken dat we ons bezoekje zouden beperken tot maximaal drie kwartier, om tante Lia niet teveel te vermoeien. We zaten er inmiddels een klein uur en ik meende bij tante Lia enige tekenen van vermoeidheid te zien. Onze jongens zaten al die tijd keurig stil op de bank en dat was een topprestatie. Veel meer verlangen van ze zou onmenselijk zijn. Het moment waar ik zo ontzettend tegenop zag, brak aan.

Ik moest afscheid nemen van tante Lia. Definitief afscheid. Wat moest ik zeggen? ‘Tot ziens’ zou misplaatst zijn. Ik besloot het bij ‘Heel veel sterkte’ te houden en wilde haar drie kussen op de wang geven. Maar Tante Lia omhelsde me en bedankte me voor ons bezoek, haar stem verried hoe moeilijk ze het had. Ik sloeg mijn armen om haar heen en ik voelde hoe weinig kracht ze nog had. Ik wenste haar veel sterkte. Tegen beter weten in maakte ze plannen om mijn zus eens op te zoeken in Nijmegen. Ik deed daar ijverig een schepje bovenop door te zeggen dat tante Lia en Therese ook bij ons in Breda altijd welkom zijn.

De tranen stonden in onze ogen.